Enkele jaren gelden kocht ik een stuks stof bij IKEA met een groot krab motief op. Op dat moment vond ik het gewoon een leuke print maar wist ik nog niet wat ik ermee zou doen. Omdat de print zo groot is zou het een kledingstuk moeten zijn met zo weinig mogelijk naden. Verder dan dat kwam ik, niet dus bleef de stof in mijn kast tot ik een idee zou hebben.
En vorige maand kreeg ik plots een idee. Een jasje! Oorspronkelijk had ik het idee om een mouwloos jas te maken om in de zomer te dragen. Ik draag de laatste tijd veel lange cardigans en kimono’s, maar helaas hebben ze geen zakken. Dus waarom maak ik er zelf geen, met zakken!
Omdat de print zo groot is moest ik eerst en vooral nadenk over de plaatsing van naden. Zoals je ziet op de foto had ik maar 2 krabben aan stof. Ik besloot al snel de krab op de rug te plaatsen, omdat dit het meest logisch leek. Nadat ik de print opmat en de ruimte ernaast werd al snel duidelijk dat de print over de zijnaden zou komen. En omdat ik de print niet wou doorbreken met naden besloot ik de zijnaden weg te werken en rug en voorpand aan elkaar te tekenen.
Een patroon zonder zijnaden tekenen was vrij makkelijk. Ik vertrok van een basis, voegde wijdte toe aan de zoom zodat de jas rond mijn heupen zou passen, en plaatse voorpand en rugpand tegen elkaar aan de zijnaad. Vooraan hield ik een neep van armsgat naar borstpunt, maar in de rug plaatste ik enkel een platte plooi in middenrug. Vervolgens teken ik het platstuk en de kraag en kon ik alles op de stof in elkaar puzzelen.
De stof voorbereiden om de snijden was minder voor de hand liggend dan gedacht. De print stond namelijk niet exact in het midden van stof en was niet 100% symmetrisch. Na enkele pogingen lukte het om de voorste poten van de krab te gebruiken als symmetrie punt. De plooi in middenrug viel zo ook perfect tussen de klauwen van de krab. Of tekende ik dit met opzet zo? Meestal weet ik niet of ik het gewoon geluk is, of dat ik dit onbewust besef en erop verder bouw. Maar mezelf kennende zal het wel gewoon geluk zijn.
De uiteindelijk lengte van de jas besloot ik pas toen ik het patroon op de stof had gelegd. Ik had wel al een idee, maar ik wou eerst zien hoe de print exact in mijn patroon paste. Dit is een techniek die ik wel vaker gebruik. Ik teken mijn patroon naar een lengte die wel oke lijkt, maar als ik het patroonpapier dan op de stof leg pas ik de lengte nog aan door bij te tekenen met krijt, of mijn patroon te plooien, afhankelijk van de print. Op voorhand meten en meten en tekenen is ook ene optie, maar soms verandert mijn gedacht nu eenmaal als ik het papier op de stof leg.
Eenmaal ik alle patroondelen op de stof had overgenomen besefte ik dat ik toch nog redelijk wat stof over had. Genoeg om mouwen te maken. Dus waarom dan ook niet? Het patroon van de mouwen op de stof krijgen was ook niet helemaal een peuleschil. Ik wou zoveel mogelijk van de print zichtbaar bewaren, en zo weinig mogelijk onderbreken met naden. Uiteindelijk plaatste ik de mouw zodanig op de print dat het leek alsof de poten van de krab rond mijn arm zouden zitten.
Zoals ik al zei, zakken. Zakken, zakken, zakken. Voor mij is een kledingstuk pas compleet als er zakken in zitten. Ik weet dat mannen er soms mee kunnen lachen dat wij vrouwen zo enthousiast kunnen zijn over jurken met zakken. Maar als al de kledingstukken die je op de onderste helft van de lichaam draagt altijd zakken hebben (want helaas vind de doorsnee gemeenschap dat mannen enkel broeken of shorten mogen dragen), snap je het probleem niet. We willen allemaal gewoon een plek in onze kleding waar we onze handen in kunnen verbergen als we nerveus zijn, of gewoon een handigere plek om je telefoon weg te steken behalve je beha.
En toch vergat ik bijna mijn zakken. Omdat ik erop gewerkt had zonder zijnaden mijn patroon op de bouwen, had ik de meest voor de hand liggende plek voor zakken weggenomen. Maar toen ik bezig was de jas in elkaar te steken, en voor een eerste keer aandeed, kwam ik tot de geweldige conclusie dat ik gebiesde zakken tussen de poten van de krab kon plaatsen. Dit was de perfect hoogte en schuinte, en net groot genoeg om mijn hand in te steken. Weer een voorbeeld van geluk.









Aantal naden die ik opniew moest doen: 2
Ik had redelijk veel problemen met mijn naaimachine, dus moest ik redelijk veel opnieuw beginnen. Ik denk dat het, na 12 jaar, tijd is voor een nieuwe machine. Eentje die mijn stof niet bijna volledig ruïneert.
Als ik dit opnieuw maak zal ik: de polsboorden op een andere manier maken. Ze vallen gewoon niet mooi. Maar ik gooide de overschotten stof te snel in de vuilbak, dus helaas kon ik geen nieuwe meer maken.
